Kaneel komt van twee belangrijke plekken in de wereld: het eiland Sumatra in Indonesië en het eiland Sri Lanka. Beide plekken produceren een eigen soort kaneel, met duidelijke verschillen in smaak, kwaliteit en gebruik. Toch is de herkomst van kaneel nog iets ouder en rijker dan alleen die twee eilanden.
Twee soorten kaneel, twee herkomsten
De kaneel die jij in de supermarkt koopt, is waarschijnlijk cassia-kaneel. Deze soort komt van het eiland Sumatra in Indonesië. Cassia is de meest verkochte kaneelsoort ter wereld: hij is goedkoper te produceren en heeft een sterkere, wat bitterder smaak dan zijn tegenhanger uit Sri Lanka.
De andere soort heet Ceylonkaneel, ook wel “echte kaneel” genoemd. Die komt van Sri Lanka, het eiland dat vroeger Ceylon heette. Ceylonkaneel heeft een zachtere, licht zoete smaak en geldt over het algemeen als de fijnere variant. In Mexico, bijvoorbeeld, is Ceylonkaneel juist de standaard in de keuken, terwijl in Europa cassia dominanter aanwezig is.
Hoe wordt kaneel gemaakt?
Kaneel wordt gewonnen uit de binnenbast van de kaneelboom, een tropische boom uit de laurierfamilie. De boeren strippen de buitenste schors van de tak af, en schaven vervolgens de dunne, gladde binnenbast eraf. Die binnenbast rolt vanzelf op terwijl hij droogt. Zo ontstaan de bekende kaneelstokjes.
Het oogsten is handwerk. De takken worden op een bepaalde hoogte afgeknipt, waarna de bast zorgvuldig wordt losgemaakt met een speciaal mes. Bij Ceylonkaneel worden meerdere dunne lagen op elkaar gerold, wat de stokjes hun typische, fijne structuur geeft. Bij cassia is de stok dikker en harder, en bestaat hij uit één enkel stuk bast.
Waar komt kaneel vandaan historisch gezien?
De geschiedenis van kaneel gaat ver terug. Al duizenden jaren geleden werd kaneel verhandeld in het Midden-Oosten en het oude Egypte. Kaneelstokjes zijn zelfs gevonden in Egyptische mummies, waar het kruid werd gebruikt bij het balsemen. In de Bijbel wordt kaneel ook meerdere keren genoemd als kostbaar goed.
Tijdens de middeleeuwen was kaneel in Europa zo waardevol als goud. Handelaren hielden de precieze herkomst geheim om hun machtspositie te bewaren. Pas in de zestiende eeuw, toen de Portugezen Sri Lanka bereikten, werd de echte oorsprong van kaneel voor Europa duidelijk. Later namen de Nederlanders via de VOC de controle over de kaneelhandel op Sri Lanka over, een positie die ze lange tijd vasthielden.
Welke landen produceren kaneel tegenwoordig?
Naast Sumatra en Sri Lanka wordt kaneel ook verbouwd in andere tropische landen. De belangrijkste productielanden zijn:
- Sri Lanka (Ceylonkaneel, de fijnste soort)
- Indonesië (cassia van Sumatra)
- China (ook een cassia-variant, soms aangeduid als Chinese kaneel)
- Vietnam (Saigon-kaneel, met een hoog gehalte aan etherische oliën en een zeer sterke smaak)
Elke soort heeft zijn eigen smaakprofiel. Saigon-kaneel uit Vietnam is de sterkste van allemaal en wordt vaak gebruikt in kruidensupplementen. Chinese kaneel lijkt het meest op de Indonesische cassia.
Wil je de mildste en meest verfijnde kaneel, kies dan voor Ceylonkaneel uit Sri Lanka. Gebruik je kaneel als smaakmaker in grote hoeveelheden, bijvoorbeeld in koeken of stoofpotten, dan is cassia de meest gangbare en betaalbare keuze. Kijk op de verpakking: bij veel supermarktkaneel staat “cassia” of “kaneel (Cinnamomum cassia)” vermeld.

Comments are closed.