Drop komt oorspronkelijk uit Italië. In het zuiden van Italië werd in 1731 voor het eerst drop gemaakt van zoethoutwortel, door een man genaamd Giorgio Amarelli. Daarmee is drop een van de oudste snoepsoorten ter wereld, met een geschiedenis van bijna drie eeuwen.
Dat veel mensen drop als typisch Nederlands beschouwen, is begrijpelijk. Nederland is wereldwijd de grootste dropeter per hoofd van de bevolking. Maar de uitvinding zelf vond dus plaats in Italië, in de regio Calabrië, helemaal aan de punt van de Italiaanse laars.
De zoethoutwortel: het begin van drop
De basis van drop is de zoethoutwortel, ook wel Glycyrrhiza glabra genoemd. Deze plant groeit van nature in het Middellandse Zeegebied en delen van Azië. Al duizenden jaren voor onze tijdrekening gebruikten mensen in Egypte, China en het Midden-Oosten zoethoutwortel als geneesmiddel. Het sap van de wortel werkt kalmerend op de keel en maag, en werd lang gezien als remedie tegen hoest en andere klachten.
Het idee om van dit sap een eetbaar, stevig product te maken, stap voor stap een soort snoep dus, is het grote verschil met de traditionele medicinale toepassing. Giorgio Amarelli combineerde het ingedikte zoethoutsap met andere ingrediënten en maakte er een vaste, donkere lekkernij van. Die techniek is de directe voorloper van de drop die je vandaag in de winkel koopt.
Van geneesmiddel naar snoepgoed
In de eeuwen na 1731 verspreidde de dropmaakmethode zich vanuit Italië naar de rest van Europa. Aanvankelijk werd drop vooral verkocht bij apothekers, niet in snoepwinkels. Het stond bekend als iets gezonds, iets wat je gebruikte als je een dikke keel had. Pas later, toen suiker goedkoper werd en snoepproductie opschoot, verschoof drop langzaam van geneeskunde naar lekkernij.
In Nederland raakte drop ergens in de negentiende en vroege twintigste eeuw sterk ingeburgerd. Nederlandse fabrikanten gingen experimenteren met zouter drop, zoeter drop, zachte en harde varianten. Die traditie van variëren is nergens zo sterk als in Nederland, wat verklaart waarom het assortiment hier veel groter is dan in het land van herkomst.
Wat zit er precies in drop?
Moderne drop bestaat uit een combinatie van ingrediënten. De basissamenstelling ziet er doorgaans zo uit:
- Zoethoutextract: het sap uit de zoethoutwortel, ingedikt tot een stroperige massa. Dit geeft drop zijn kenmerkende smaak.
- Suiker: voor de zoetheid en de textuur.
- Glucosestroop: helpt de drop zijn vorm te geven en te bewaren.
- Gelatine of zetmeel: voor de stevigheid. Gelatine maakt drop niet geschikt voor vegetariërs; zetmeel is het alternatief in veganistische varianten.
- Salmiak (ammoniumchloride): een stof met een zoutige, scherpe smaak. Dit zit alleen in zoute drop, en is typisch voor de Nederlandse en Scandinavische smaaktraditie.
Het gehalte zoethoutextract verschilt sterk per merk en type. Bij medicinale drop ligt dat percentage hoger dan bij doorsnee snoepjes. Dat maakt medicinale drop ook iets om niet in grote hoeveelheden te eten, want te veel glycyrrhizine (de werkzame stof in zoethout) kan de bloeddruk verhogen.
Waarom is drop zo populair in Nederland?
Een sluitende verklaring is er niet, maar historici en voedingswetenschappers wijzen op een paar factoren. Nederland had vroeg toegang tot tropische handelsroutes via de VOC, wat de import van zoethout en andere exotische grondstoffen makkelijker maakte. Daarnaast heeft de Nederlandse smaak van oudsher een voorkeur voor sterke, soms bittere smaken, denk aan haring, bitterballen en oude kaas.
Nederlanders eten naar schatting gemiddeld twee kilogram drop per persoon per jaar. Dat is verreweg het hoogste cijfer ter wereld. In Italië, het geboorteland van drop, is de consumptie een fractie daarvan.
Drop begon dus als een Italiaanse uitvinding op basis van een eeuwenoud geneeskrachtig gewas. Via apothekers en kleine fabrikanten groeide het uit tot het snoepgoed dat je nu in elke Nederlandse supermarkt tegenkomt, in tientallen smaken en vormen. De zoethoutwortel is in al die eeuwen de rode draad gebleven.

Comments are closed.