Haring komt uit de koude en gematigde wateren van het noordelijk halfrond, vooral uit de Noordzee, de Oostzee en de Atlantische Oceaan. De haring (wetenschappelijk: Clupea harengus) leeft in grote scholen in het open water en wordt al eeuwenlang gevangen door vissers uit landen als Nederland, Noorwegen, Schotland en Denemarken. De Noordzee is veruit het bekendste vangstgebied voor de haring die bij ons op tafel komt.
De vangstgebieden: waar leeft haring precies?
Haring treft je aan langs bijna de hele kusten van Noordwest-Europa en in de Noord-Atlantische Oceaan. De belangrijkste vangstgebieden zijn de Noordzee, de Noorse kust, de wateren rond Schotland en IJsland, en de Oostzee. In al deze gebieden zwemmen haringen in enorme scholen, soms van miljoenen vissen tegelijk.
De Noordzee-haring is de meest bekende soort voor de Nederlandse consument. Deze vis trekt door de Noordzee en paait (legt eieren) op specifieke plekken op de zeebodem, afhankelijk van het seizoen. Jonge haringen groeien op in ondiepe kustzones voordat ze het open water intrekken. De Atlantische haring komt ook voor langs de kusten van Canada en de oostkust van de Verenigde Staten, al is dat een ander bestand dan de Europese haring.
Waar komt haring vandaan die je in Nederland koopt?
De meeste haring die in Nederland wordt verkocht, is gevangen in de Noordzee en deels in aangrenzende wateren. Nederlandse vissers zijn actief in de Noordzee en leveren hun vangst aan aan verwerkingsbedrijven in havensteden zoals IJmuiden, Scheveningen en Vlissingen. Hier wordt de haring gesorteerd, schoongemaakt en verwerkt tot zure haring, maatjesharing of gerookte haring.
Maatjesharing is een specifiek Nederlands product: het gaat om jonge haringen die gevangen worden voordat ze hebben gepaaid. Traditioneel start het haringseizoen in mei of juni, wanneer de eerste schepen terugkeren met de nieuwe vangst. De “Hollandse Nieuwe” die dan verkocht wordt, komt dus rechtstreeks uit de Noordzee.
Hoe reist haring van zee naar bord?
Zodra haring aan boord is getrokken, wordt het snel gekoeld of ingevroren. Op grotere vissersschepen gebeurt dit meteen op zee, zodat de vis zo vers mogelijk blijft. Na aankomst in de haven gaat de haring naar een verwerker, waar hij wordt gefileerd, gepekeld of gerookt. Van daaruit gaan de haringen naar groothandels, supermarkten, vishandelaren en de bekende haringkramen.
Bij maatjesharing hoort een bijzondere stap: de haring wordt “gekaakd” (de kieuwen en een deel van de ingewanden worden verwijderd) en daarna licht gezouten en gerijpt. Dit rijpingsproces geeft maatjesharing zijn zachte, licht romige smaak.
Komt alle haring uit de Noordzee?
Niet alle haring die je koopt, hoeft uit de Noordzee te komen. Noorwegen is een grote producent van Atlantische haring, en Noorse haring belandt ook regelmatig op de Europese markt, waaronder in Nederland. Ook uit IJsland en de Faeröer wordt haring geëxporteerd naar Europa. Het land van herkomst staat doorgaans vermeld op de verpakking, zeker bij versproducten in supermarkten.
Haringen uit de Oostzee zijn kleiner en vetter dan Noordzeeharing. Die worden in Scandinavische landen veel gegeten, bijvoorbeeld als “sill” (Zweeds) of “sild” (Noors en Deens), vaak ingelegd in kruidenpekel.
Waarom is de Noordzee zo belangrijk voor haring?
De Noordzee biedt ideale omstandigheden voor haring: koud, voedselrijk water met veel plankton, waar haringen op foerageren. De temperatuur, diepte en zoutgehalte van de Noordzee passen goed bij de leefomstandigheden die haring nodig heeft. Daardoor heeft de Noordzee al eeuwenlang een van de drukst beviste haringbestanden ter wereld.
Vroeger was de haringvisserij zo bepalend voor de Nederlandse economie dat het zelfs de stadsontwikkeling van steden als Amsterdam beïnvloedde. Tegenwoordig worden haringbestanden in de Noordzee bewaakt door internationale organisaties om overbevissing te voorkomen. Quota bepalen hoeveel haring per jaar gevangen mag worden.
Kortom: de haring op je broodje of haringkraam komt in de meeste gevallen uit de Noordzee, gevangen door Nederlandse of soms Noorse en IJslandse vissers, verwerkt in Nederlandse havens en vers verkocht tijdens het haringseizoen dat jaarlijks in het voorjaar begint.

Comments are closed.