Carnaval komt oorspronkelijk uit de vroegchristelijke traditie waarbij gelovigen zich vóór de vastentijd te goed deden aan eten, drinken en feest. De wortels gaan echter nog verder terug: al in de oudheid kenden Grieken en Romeinen uitbundige feesten die sterk lijken op wat we nu als carnaval herkennen. Het is dus een mix van heidense en christelijke tradities die in de loop van eeuwen is gegroeid.
Waar komt carnaval vandaan: de oudste wortels
De vroegste voorlopers van carnaval zijn terug te vinden in de Griekse Dionysusfeesten en de Romeinse Saturnalia. Tijdens de Saturnalia werden de normale maatschappelijke verhoudingen tijdelijk omgekeerd: slaven aten aan tafel met hun meesters, mensen droegen maskers en er werd uitbundig gefeest. Dit “omgekeerde wereld”-principe is tot op de dag van vandaag een kernkenmerk van carnaval.
Toen het christendom in Europa wortel schoot, nam de kerk deze feesten niet zomaar over, maar ze konden ze ook niet volledig uitbannen. In plaats daarvan koppelde de kerk het volksfeest aan de periode vlak vóór de veertig dagen durende vastentijd, die begint op Aswoensdag. Het feest werd zo een soort laatste uitlaatklep voordat de soberheid van de vasten begon.
Wat betekent het woord carnaval?
Over de exacte herkomst van het woord zijn geleerden het niet volledig eens, maar de meest aanvaarde verklaring is dat het afkomstig is uit het Latijn. “Carne vale” betekent vrij vertaald “vaarwel aan het vlees” of “afscheid van het vlees”. Dat verwijst direct naar de vastenperiode die erna volgt, waarin vlees eten traditioneel verboden was. Een andere theorie koppelt het aan “carrus navalis”, een scheepswagen die bij Romeinse feestprocessies door de straten werd gereden, wat sterk lijkt op de praalwagens die tegenwoordig nog altijd door carnavalsoptochten trekken.
Hoe verspreidde carnaval zich door Europa?
In de middeleeuwen groeide carnaval uit tot een groot volksfeest in vrijwel heel katholiek Europa. Steden als Venetië, Keulen en later ook plaatsen in het zuiden van Nederland en België ontwikkelden elk hun eigen carnavalstradities. In Venetië werden bijvoorbeeld al vroeg uitbundige maskerbals gehouden, terwijl in de Rijnstreek en in Limburg de nadruk meer lag op optochten, muziek en humor.
Belangrijk is dat carnaval van oudsher een katholiek feest is. Dat verklaart waarom carnaval in Nederland vooral wordt gevierd in het zuiden, zoals Brabant en Limburg, en in delen van het oosten. In protestantse gebieden, waar de vastentijd minder centraal stond, sloeg het feest nooit echt aan. Hetzelfde patroon zie je in België, waar de viering ook sterk gebonden is aan de katholieke gemeenschap.
Van volksfeest naar driedaags feest
Traditioneel duurt carnaval drie dagen: zondag, maandag en dinsdag vóór Aswoensdag. Die drie dagen staan in Nederland bekend als zondag, maandag en dinsdag van carnaval, maar de namen verschillen per regio. In sommige steden begint het feest al op vrijdag of zaterdag ervoor. De precieze invulling verschilt per streek: in Bergen op Zoom heet het carnaval “Vastenavond”, in Breda “Kielegat” en in Den Bosch “Oeteldonk”. Elke stad heeft zo zijn eigen naam, zijn eigen prins en zijn eigen gebruiken.
Die lokale eigenheid is geen toeval. Carnaval ontwikkelde zich altijd van onderop, vanuit de lokale bevolking, en niet als een van bovenaf opgelegde viering. Dat verklaart de grote verscheidenheid in tradities, liederen en symbolen van stad tot stad.
De rol van omkering en humor
Een van de meest opvallende kenmerken van carnaval is dat de normale orde tijdelijk wordt omgedraaid. De prins carnaval neemt symbolisch de macht over van de burgemeester. Mensen verkleden zich en nemen een andere identiteit aan. Wat normaal niet mag of niet hoort, is tijdens carnaval geoorloofd. Dit “wereld op zijn kop”-principe gaat, zoals gezegd, rechtstreeks terug op de Griekse en Romeinse feesten en werd in de middeleeuwen bewust in stand gehouden als veiligheidsventiel voor sociale spanningen.
Waar carnaval vandaan komt, is dus geen enkelvoudig antwoord. Het is een gelaagde traditie die duizenden jaren teruggaat, van heidense Griekse en Romeinse feesten via de middeleeuwse katholieke kerk tot de kleurrijke volksviering die het in Nederland, België en grote delen van de wereld nog altijd is.

Comments are closed.