Cacao komt oorspronkelijk uit de tropische regio’s van Midden- en Zuid-Amerika. De cacaoboom, met de wetenschappelijke naam Theobroma cacao, groeide daar al duizenden jaren voor onze jaartelling in het wild, en inheemse volkeren zoals de Maya’s en Azteken waren de eersten die de vrucht op grote schaal gebruikten.
Vandaag de dag wordt cacao wereldwijd verbouwd in een smalle strook rondom de evenaar, ook wel de “cacaogordel” genoemd. Die gordel loopt ruwweg tussen de 20e breedtegraad noord en de 20e breedtegraad zuid. Buiten die zone is het klimaat te koud of te droog voor de cacaoboom.
De precieze oorsprong: Midden- en Zuid-Amerika
De cacaoboom heeft zijn wortels in het Amazonegebied en de tropische laagvlakten van Centraal-Amerika. Archeologisch en genetisch onderzoek wijst erop dat de wilde cacaoboom voor het eerst werd getemd in het noordwesten van het huidige Zuid-Amerika, waarschijnlijk in wat nu Ecuador en Colombia is. Van daaruit verspreidde de teelt zich richting Midden-Amerika.
De Maya’s en later de Azteken gaven cacao een centrale rol in hun cultuur. Ze gebruikten cacaobonen niet alleen als drank (een soort bittere, kruidige chocoladedrank zonder suiker), maar ook als betaalmiddel. Cacaobonen waren letterlijk geld. De Azteken noemden hun drank xocolātl, wat waarschijnlijk “bitter water” betekent. Het woord “cacao” zelf stamt af van het Maya-woord kakaw.
Hoe cacao de wereld veroverde
In de 16e eeuw brachten Spaanse ontdekkingsreizigers, onder wie Hernán Cortés, de cacaoboon mee naar Europa. In eerste instantie was de drank weinig populair vanwege de bittere smaak. Pas toen Europeanen suiker en melk gingen toevoegen, werd chocolade een succes bij de rijke bovenklasse. Vanuit Spanje verspreidde de smaak zich snel door de rest van Europa.
Tegelijk begonnen Europese koloniale mogendheden cacaoplantages op te zetten in andere tropische gebieden. Zo belandde de cacaoboom in West-Afrika, Zuidoost-Azië en de Caraïben. Die verspreiding legde de basis voor de huidige wereldproductie.
Waar komt cacao vandaan in onze tijd?
Tegenwoordig komt verreweg het grootste deel van de wereldwijde cacaoproductie uit West-Afrika. De twee grootste producenten zijn Ivoorkust en Ghana, samen goed voor meer dan de helft van alle cacao die wereldwijd geoogst wordt. Andere belangrijke producerende landen zijn:
- Indonesië
- Ecuador
- Cameroun
- Nigeria
- Brazilië
- Peru
Ivoorkust is al decennialang het grootste cacaoproducerende land ter wereld. De cacao die in jouw reep zit, komt dus vrijwel zeker uit West-Afrika, ook al heeft het gewas zijn wortels aan de andere kant van de oceaan.
Hoe groeit de cacaoboom?
De cacaoboom is een veeleisende plant. Hij heeft een constant warm klimaat nodig met temperaturen tussen de 20 en 30 graden Celsius, veel neerslag (bij voorkeur goed verdeeld over het jaar) en beschutting tegen directe zon. Daarom groeit cacao van nature onder de bladerdaken van grotere bomen in tropisch regenwoud.
Een bijzonderheid: de cacaovruchten (ook wel cacaopeulen genoemd) groeien direct aan de stam en dikke takken van de boom, niet aan de buitenste twijgen. Elke peul bevat 20 tot 50 cacaobonen, omhuld door een wit, zoet vruchtvlees. Na de oogst worden de bonen gefermenteerd en gedroogd voordat ze verscheept worden. Die fermentatie is onmisbaar: zonder dat proces ontwikkelt zich nooit de typische chocoladesmaak.
Van oorsprong tot chocolade: een lange reis
Tussen de boom in West-Afrika of Ecuador en de chocoladereep in de winkel zit een heel traject. Na de fermentatie en het drogen worden de bonen geëxporteerd naar chocoladefabrikanten, meestal in Europa of Noord-Amerika. Daar worden ze geroosterd, gemalen en verwerkt tot cacaomassa, cacaoboter en cacaopoeder, de bouwstenen van alle chocoladeproducten.
Cacao begon dus duizenden jaren geleden in de tropische regenwouden van Amerika, reisde mee met Europese kolonisatoren de wereld rond, en belandde uiteindelijk het grootste deel van de productie in West-Afrika. De chocolade in jouw kopje of reep legt elke keer opnieuw een lange weg af voor die jou bereikt.

Comments are closed.