Tofu komt oorspronkelijk uit China. Daar heet het “doufu” en wordt het al duizenden jaren gemaakt van sojabonen. Van daaruit verspreidde tofu zich naar de rest van Azië en later de hele wereld. In Nederland ken je het ook onder de namen tofoe of tahoe, waarbij tahoe de Indonesische benaming is.
De Chinese oorsprong van tofu
De precieze uitvinding van tofu wordt traditioneel geplaatst in het oude China, rond de Han-dynastie (ongeveer 200 voor Christus tot 220 na Christus). Een van de populairst overgeleverde verhalen schrijft de uitvinding toe aan prins Liu An, die sojabonen zou hebben vermengd met bepaalde zouten, waarna het mengsel stolde tot wat wij nu tofu kennen. Dit verhaal is niet historisch bewezen, maar het geeft wel aan hoe diep de wortels van tofu in de Chinese cultuur zitten.
In het Chinees heet tofu dus “doufu”: “dou” betekent boon en “fu” verwijst naar het geperste of gestolde product. De naam zegt daarmee precies wat het is: een geperste bonenmassa. Vanuit China reisde het product al vroeg naar buurlanden als Japan, Korea en Vietnam, waar het een vaste plek in de keuken kreeg.
Hoe verspreidde tofu zich vanuit China naar de rest van de wereld?
Japan was waarschijnlijk het eerste land buiten China dat tofu grootschalig adopteerde, ergens in de Nara-periode (rond de achtste eeuw na Christus). Boeddhistische monniken speelden een grote rol in die verspreiding: omdat hun dieet geen vlees bevatte, was tofu een uitstekende bron van eiwitten. Via kloosters en tempels raakte tofu diepgeworteld in de Japanse eetcultuur.
Naar Europa en Amerika waaide tofu pas veel later over, grofweg in de twintigste eeuw. In Nederland werd tofu populairder door de Indonesische gemeenschap, die het product in de vorm van tahoe al kende vanuit de Indische keuken. Later zorgde de opkomst van vegetarisch en veganistisch eten voor een bredere bekendheid in de reguliere supermarkt.
Waar komt de naam tahoe vandaan?
Tahoe is de naam die in Indonesië gebruikt wordt voor tofu, en die via de Indische keuken in Nederland is terechtgekomen. De naam is afgeleid van het Hokkien-Chinees (een dialect dat veel gesproken werd door Chinese migranten in Zuidoost-Azië): “tāu-hū”. Dat verklaart ook waarom je in Nederlandse toko’s en Indische restaurants de term tahoe tegenkomt, terwijl supermarkten vaker de Engelse of westerse variant “tofu” gebruiken.
Hoe wordt tofu gemaakt, en is dat overal hetzelfde?
Het basisprincipe van tofu is al eeuwenlang hetzelfde, ongeacht waar het wordt gemaakt. Sojabonen worden geweekt, gemalen en gekookt. Het resulterende sojamelk wordt vervolgens gestold met een stremsel, vergelijkbaar met hoe kaas van koemelk wordt gemaakt. Na het stremmen wordt de massa geperst tot blokken. De stevigheid van de tofu hangt af van hoe lang en hoe hard je perst: kort persen geeft zachte tofu (silken tofu), lang en hard persen geeft stevige tofu.
De regionale varianten lopen uiteen. In Japan is zachte, zijdeachtige tofu (kinugoshi) populair, terwijl in China vaker stevigere blokken worden gebruikt die gebakken of gestoofd worden. In Indonesië wordt tahoe vaak gefrituurd. Die variaties zijn allemaal ontstaan vanuit dezelfde Chinese basis, maar aangepast aan lokale smaken en kooktechnieken.
Tofu is dus een product met een duidelijk adres: het begon in China, verspreidde zich via Azië en belandde uiteindelijk in Nederlandse keukens, zowel via de Indische keuken als via de plantaardige voedingstrend. De naam verschilt per regio, maar het product is in de kern overal hetzelfde gebleven.

Comments are closed.