Goulash komt uit Hongarije. Het gerecht stamt oorspronkelijk van de Hongaarse herders die het al eeuwen geleden bereidden op de grote vlaktes van de puszta. De naam is afgeleid van het Hongaarse woord gulyás, wat letterlijk “runderhoeder” of “veehoeder” betekent. Het gerecht heette dus oorspronkelijk gulyáshús: het vlees van de veehoeder.

Vandaag is goulash de nationale schotel van Hongarije en bekend over de hele wereld. Maar het begon als een eenvoudig boerengerecht, ver van de stad.

De herders van de Hongaarse puszta

De puszta is de uitgestrekte steppevlakte in het midden van Hongarije. De veedrijvers die hier werkten, de gulyások, trokken met grote kuddes vee door dit vlakke land. Tijdens die tochten moesten ze zichzelf voeden met wat ze bij zich hadden. Ze droogden reepjes rundvlees en kookten dat onderweg in een ketel boven open vuur, samen met uien en paprika.

Die paprika is een belangrijk onderdeel van het verhaal. Paprika als specerij raakte verspreid in Hongarije vanaf de zestiende en zeventiende eeuw, via de handelsroutes van de Osmaanse Turken. Toen paprika eenmaal zijn weg vond naar de Hongaarse keuken, werd het onlosmakelijk verbonden met goulash. Zonder paprika is het geen echte Hongaarse goulash.

Van herderskost naar nationaal gerecht

Eeuwenlang bleef goulash een gerecht van gewone herders en boeren. Pas in de achttiende en negentiende eeuw begon het zijn weg te vinden naar de stad. Dit had ook een politieke lading. In de tijd dat Hongarije onder Habsburgse heerschappij viel, zochten Hongaren naar symbolen van hun eigen identiteit. Goulash werd zo’n symbool: een gerecht dat puur Hongaars was, niet Oostenrijks, niet Duits.

Rond de negentiende eeuw verscheen goulash op de menu’s van Hongaarse restaurants en later ook in kookboeken. Het gerecht evolueerde van een eenvoudige herdersstoofpot naar een gerechte die ook door de stedelijke middenklasse werd gewaardeerd. De populariteit groeide snel.

Hoe goulash zich verspreidde door Europa

De verspreiding van goulash buiten Hongarije heeft veel te maken met de Donaumonarchie, het Habsburgse Rijk dat grote delen van Midden-Europa omvatte. Landen als Oostenrijk, Tsjechië, Slowakije, Kroatië, Polen en Roemenië raakten allemaal bekend met goulash. Elk land paste het gerecht aan naar eigen smaak en gewoonten. In Oostenrijk werd het iets zachter gekruid. In Tsjechië wordt het traditioneel geserveerd met brood of knedlíky (gistbollen). In Duitsland ontwikkelde het zich tot een apart type stoofpot.

De naam verschilt per taal, maar is altijd herkenbaar: gulaš in het Kroatisch, gulaş in het Roemeens, gulasz in het Pools, guláš in het Tsjechisch en Gulasch in het Duits. Al die varianten verwijzen naar hetzelfde Hongaarse origineel.

Wat maakt de originele versie Hongaars?

In Hongarije zelf is goulash eigenlijk een soep, geen stoofpot. De dikke stoofversie die je in veel andere landen kent, heet in Hongarije pörkölt. De echte Hongaarse gulyás is dunner van consistentie, meer bouillonachtig, en bevat doorgaans rundvlees, uien, paprikapoeder, komijn en soms aardappelen of kleine deegklompjes (csipetke).

Wat het gerecht altijd onderscheidt van andere stoofpotten is het gebruik van zoete of scherpe Hongaarse paprika als smaakmaker. Dat is de kern van het recept en direct de herkenbare smaak die mensen over de hele wereld associëren met goulash.

Goulash begon dus als de eenvoudige maaltijd van Hongaarse veedrijvers op de vlakte, groeide uit tot nationaal symbool en verspreidde zich van daaruit naar de rest van Europa. De naam verwijst nog altijd naar die oorsprong: het vlees van de runderhoeder.

Comments are closed.