De citroen komt oorspronkelijk uit Azië, vermoedelijk uit het gebied rond het noordoosten van India, Myanmar en China. Daar groeide de citroen al duizenden jaren geleden wild, voordat hij via handelsroutes de rest van de wereld bereikte. Vandaag de dag is de citroen een van de meest geteelde citrusvruchten ter wereld.

De oorsprong van de citroen: Azië als startpunt

Wetenschappers gaan ervan uit dat de citroen geen puur wilde soort is, maar een kruising. Waarschijnlijk is hij ontstaan uit de citroen (Citrus medica) en de bittere sinaasappel of een verwante citrusvrucht. Dit kruisingsproces vond plaats in Azië, vermoedelijk ergens in de regio die nu hoort bij India en Myanmar. De exacte plek is nooit met zekerheid vastgesteld, maar genetisch onderzoek wijst steeds in die richting.

De eerste geschreven vermeldingen van de citroen stammen uit Arabische landbouwteksten rond de tiende eeuw na Christus. Dat geeft aan dat de citroen op dat moment al bekend was in het Midden-Oosten en verspreid raakte via Arabische handelaren.

Hoe de citroen Europa bereikte

Via Perzië en het Midden-Oosten reisde de citroen richting Europa. De Moren brachten de citroen rond de tiende en elfde eeuw mee naar Spanje en Noord-Afrika. Later, tijdens de kruistochten, raakten ook andere Europeanen bekend met de vrucht. Italiaanse steden zoals Genua speelden een grote rol in de verdere verspreiding: in de vijftiende eeuw werd de citroen al op grote schaal verbouwd aan de Italiaanse kust, onder andere in de regio rond Genua en later op het eiland Sicilië.

Columbus nam citroenzaden mee op zijn tweede reis naar de Nieuwe Wereld in 1493. Zo verspreidde de citroen zich ook naar Amerika, waar hij al snel ingeburgerd raakte in warme kustgebieden.

Waar wordt de citroen nu vandaan gehaald?

Tegenwoordig komen de meeste citroenen die je in de winkel ziet uit landen rondom de Middellandse Zee. Spanje en Italië zijn de grootste Europese producenten. Buiten Europa zijn India, Mexico, Argentinië en Brazilië grote verbouwers. India is wereldwijd een van de grootste producenten, wat logisch is gezien de oorsprong van de vrucht in die regio.

Nederlandse supermarkten betrekken hun citroenen voornamelijk uit Spanje en Argentinië, afhankelijk van het seizoen. Spaanse citroenen zijn vooral in de winter en het voorjaar verkrijgbaar, terwijl citroenen uit het zuidelijk halfrond het aanbod aanvullen in de zomer- en herfstmaanden.

Waarom gedijt de citroen juist in die gebieden?

De citroen groeit het beste in een subtropisch klimaat: warm, zonnig en zonder strenge vorst. Temperaturen onder min twee graden Celsius beschadigen de boom al. Dat verklaart waarom de grootste verbouwgebieden liggen in streken met een mediterraan of tropisch klimaat. De boom heeft ook behoefte aan goed doorlatende grond en kan niet goed tegen langdurig natte wortels.

In Nederland en België is de citroen niet in de open grond te telen. Wel kan een citroenboom in een pot op een beschut, zonnig terras groeien, maar die gaat dan in de winter naar binnen.

De citroen heeft dus een lange reis gemaakt: van de uitlopers van het Himalayagebied, via Arabische handelsroutes en de Middellandse Zee, naar de schaal op jouw aanrecht. Die reis duurde eeuwen, maar heeft de citroen tot een van de meest bekende vruchten ter wereld gemaakt.

Comments are closed.