Thanksgiving komt uit de zeventiende eeuw, toen Engelse kolonisten in Noord-Amerika een oogstfeest vierden samen met de inheemse bevolking. Dat is de kern van het verhaal. Maar de weg van dat eerste feestmaal naar de nationale feestdag zoals Amerika die nu kent, is een stuk langer en ingewikkelder dan de romantische versie die vaak verteld wordt.
Het eerste Thanksgiving: de pelgrims en de Wampanoag
In 1620 vertrokken een groep Engelse kolonisten, de zogenoemde Pilgrim Fathers, met het schip de Mayflower naar Noord-Amerika. Ze vestigden zich in Plymouth, in het huidige Massachusetts. De eerste winter was zwaar: velen stierven door kou, ziekte en gebrek aan voedsel. Met hulp van de inheemse Wampanoag-bevolking leerden de kolonisten overleven. De Wampanoag-man Squanto speelde daarin een bekende rol: hij leerde de kolonisten welke gewassen ze konden verbouwen en hoe ze konden jagen en vissen.
In de herfst van 1621 vierden de kolonisten een succesvolle oogst. Ze nodigden leden van de Wampanoag uit, en het feest duurde drie dagen. Op het menu stonden waarschijnlijk wild gevogelte, vis, maïs en andere lokale producten. De kalkoen zoals die nu centraal staat op Thanksgiving was niet per se het hoofdgerecht, maar wordt al eeuwen met het feest verbonden.
Waar komt thanksgiving vandaan als officiële feestdag?
Het feest van 1621 werd niet meteen een jaarlijkse traditie. In de eeuwen daarna vierden verschillende staten en kolonies wel oogstdankfeesten, maar er was geen vaste datum of nationale afspraak. Pas tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog veranderde dat. In 1863 riep president Abraham Lincoln Thanksgiving uit als nationale feestdag, te vieren op de laatste donderdag van november. Hij deed dat op aandringen van schrijfster Sarah Josepha Hale, die hier jarenlang voor had gelobbyd.
In 1941 stelde het Amerikaanse Congres de datum definitief vast op de vierde donderdag van november. Sindsdien is het een federale feestdag in de Verenigde Staten.
De religieuze en culturele achtergrond
De naam “Thanksgiving” betekent letterlijk “dankzegging”. De pelgrims waren vrome protestanten die God dankten voor de oogst en hun overleving. Dat religieuze element zat van begin af aan in het feest verwerkt. In de loop der tijd verschoof de nadruk meer naar het samenzijn met familie en vrienden, maar de betekenis van dankbaarheid bleef de rode draad.
Het is ook goed om te weten dat de oorsprong van Thanksgiving niet onomstreden is. Veel nakomelingen van de inheemse bevolking kijken anders naar dit verhaal. Voor hen staat het feest ook symbool voor de komst van kolonisten die uiteindelijk hun land innamen en hun cultuur vernietigden. Sommige inheemse Amerikanen herdenken Thanksgiving daarom als een dag van rouw.
Van oogstfeest naar familietraditie
In de negentiende en twintigste eeuw groeide Thanksgiving uit tot een van de grootste feestdagen van de Verenigde Staten. De maaltijd staat centraal: kalkoen, cranberrysaus, zoete aardappelen en pompoensoep zijn vaste onderdelen geworden. Het is ook de drukste reisdag van het jaar in Amerika, omdat families van ver naar elkaar toe reizen.
Canada viert een eigen versie van Thanksgiving, op de tweede maandag van oktober. De Canadese versie heeft een vergelijkbare oorsprong in oogstdankfeesten, maar kent een andere historische ontwikkeling.
De oorsprong van Thanksgiving ligt dus in een specifiek moment in 1621, maar de feestdag zoals die nu bestaat is het resultaat van eeuwen van traditievorming, politieke beslissingen en culturele betekenisgeving. Wie de echte achtergrond kent, kijkt anders naar de kalkoen op tafel.

Comments are closed.