Suiker komt van twee gewassen: suikerriet en suikerbieten. Suikerriet groeit in tropische gebieden zoals Brazilië, India en Australië. Suikerbieten worden vooral geteeld in gematigde klimaten, waaronder Nederland, Duitsland en Frankrijk. Samen leveren deze twee planten vrijwel alle suiker die wereldwijd wordt gegeten en gedronken.
Suikerriet: de tropische bron
Suikerriet is een hoog gras dat tot wel vijf meter hoog kan groeien. De stengels bevatten een zoet sap vol sucrose, de stof die we kennen als gewone tafelsuiker. Het riet wordt geoogst door de stengels af te hakken, waarna ze zo snel mogelijk naar een fabriek worden gebracht. Daar persen machines het sap eruit. Dat sap wordt vervolgens verhit, gefilterd en ingedikt totdat er suikerkristallen ontstaan.
Suikerriet heeft een warm, vochtig klimaat nodig. Brazilië is wereldwijd de grootste producent en verwerkt het riet niet alleen tot suiker, maar ook tot ethanol als brandstof. India volgt op de tweede plaats. Het riet groeit het hele jaar door in de juiste omstandigheden, maar de oogst vindt meestal één keer per jaar plaats.
Suikerbieten: de Europese variant
In Europa komt de meeste suiker niet van riet, maar van suikerbieten. De suikerbiet is een wortelgroente die ongeveer 15 tot 20 procent suiker bevat. Nederland heeft een lange traditie in bietenteelt, met name in Zeeland, Noord-Brabant en Groningen. Suikerunie is een bekende Nederlandse coöperatie die suikerbieten van boeren verwerkt tot kristalsuiker.
De oogst van suikerbieten vindt plaats in het najaar, meestal tussen september en november. De bieten worden dan uit de grond getrokken, gewassen en in kleine stukjes gesneden. Die stukjes, ook wel snijdsels genoemd, worden in heet water gelegd zodat de suiker oplost in het water. Wat overblijft is een dik, donker sap dat stap voor stap verder wordt gezuiverd en ingekookt.
Waar komt suiker vandaan: het productieproces stap voor stap
Of het nu gaat om riet of bieten, het basisprincipe van suikerproductie is hetzelfde. Eerst wordt de suiker uit de plant gehaald in de vorm van een waterige oplossing. Dan wordt dat sap gezuiverd door toevoeging van kalkmelk, die onzuiverheden bindt. Daarna wordt het gefilterd en ingedikt door verdamping. Wat achterblijft is een dikke stroop vol suikerkristallen.
Die kristallen worden gesepareerd in een centrifuge, een soort snel ronddraaiende trommel. De bruine stroop die overblijft heet melasse en wordt gebruikt als veevoer of voor de productie van rum en gist. De kristallen worden daarna gedroogd en verpakt als de witte suiker die je in de supermarkt koopt.
Ruwe rietsuiker is van nature lichtbruin door de resterende melasse. Witte suiker wordt extra gezuiverd. Bruine suiker (zoals rietsuiker in de winkel) heeft juist weer een beetje melasse toegevoegd gekregen, voor de smaak.
Hoeveel suiker komt van riet en hoeveel van bieten?
Wereldwijd komt ongeveer 80 procent van alle suiker van suikerriet en zo’n 20 procent van suikerbieten. In Europa is die verhouding omgekeerd: hier is de biet de belangrijkste bron. De eindproducten, witte kristalsuiker van riet of van biet, zijn chemisch gezien identiek. Je kunt ze niet van elkaar onderscheiden qua smaak of samenstelling.
Suiker in je dagelijks leven
Suiker zit niet alleen in de suikerpot. Het wordt als ingrediënt gebruikt in brood, frisdrank, sauzen, koekjes, vleeswaren en tientallen andere producten. Op een etiket zie je het soms terug onder andere namen zoals sucrose, dextrose, maltose, glucose-fructosestroop of invertsuiker. Al die namen verwijzen naar suikers die op vergelijkbare manieren worden gewonnen uit planten.
Wil je weten hoeveel suiker er in een product zit, kijk dan bij “waarvan suikers” onder de voedingswaardentabel. Dat getal telt alle suikers op, zowel de toegevoegde als de van nature aanwezige.
Suiker heeft dus een lange reis achter de rug voor het in je koffie belandt: van tropisch rietveld of Zeeuws bietenperceel, via fabriek en centrifuge, naar de supermarkt om de hoek.

Comments are closed.