Het woord boterham is al eeuwen oud, maar waar het precies vandaan komt, is verrassend onduidelijk. Het eerste deel is simpel: boter betekent gewoon wat het altijd heeft betekend. Maar het tweede deel, ham, is een raadsel waar taalkundigen het nog steeds niet helemaal over eens zijn.

Waar komt het woord boterham vandaan? Twee mogelijke verklaringen

Het Genootschap Onze Taal geeft aan dat de herkomst van het woord boterham niet met zekerheid is vast te stellen. Er zijn wel een paar plausibele verklaringen die taalkundigen door de jaren heen hebben aangedragen.

De meest gangbare theorie is dat ham niet verwijst naar het vlees (zoals hammen van een varken), maar dat het een oud woord is voor een stuk of brok. In die lezing betekent boterham dus gewoon een stuk brood dat je met boter besmeert. Die betekenis van ham als “stuk” komt ook voor in dialecten en oudere taalvormen in het Nederlandse taalgebied.

Een andere theorie legt een verband met het Engelse woord ham, dat zowel “ham” als “stuk vlees” kan betekenen. In vroegere tijden werd brood regelmatig samen met vlees of vet gegeten, en sommige onderzoekers denken dat de naam daardoor ontstaan is. Toch is dit minder goed onderbouwd dan de eerste verklaring.

Wat betekende het woord vroeger?

Vroeger was een boterham niet per se een snee brood zoals wij die nu kennen. Het woord werd ook gebruikt voor een dikker stuk brood, soms met een smeersel erop, maar niet altijd gesneden zoals bij een modern brood. De dunne, rechthoekige sneden die wij nu associëren met een boterham zijn pas gemeengoed geworden na de opkomst van het gesneden brood in de twintigste eeuw.

Interessant is dat het woord al lang vóór die tijd bestond. In historische teksten uit de zeventiende en achttiende eeuw duikt boterham al op als aanduiding voor een belegde snee brood. Het woord heeft dus een flinke geschiedenis in het Nederlands.

Waarom is de herkomst zo lastig te achterhalen?

De moeilijkheid bij dit soort woorden is dat ze al zo lang in gebruik zijn dat de oorspronkelijke betekenis van de afzonderlijke delen is vervagen. Het deel ham in de betekenis van “stuk” of “brok” is in het moderne Nederlands vrijwel verdwenen, waardoor de logica achter het woord niet meer meteen duidelijk is. Dat maakt het voor taalonderzoekers lastig om met zekerheid te zeggen hoe het woord precies is ontstaan.

Dit fenomeen heet ook wel “etymologische verduistering”: een woord dat ooit heel logisch was samengesteld, wordt door taalverandering ondoorzichtig. Je ziet het ook bij andere alledaagse woorden in het Nederlands.

Boterham versus boterhammen in andere talen

Het woord boterham is typisch Nederlands. In het Duits zegt men Butterbrot (letterlijk “boterbrood”), in het Engels sandwich of simpelweg slice of bread. Dat Nederland een eigen, uniek woord heeft voor deze alledaagse hap, zegt iets over hoe centraal het besmeerde brood in de Nederlandse eetcultuur staat. Nergens in de wereld eet men zo trouw twee boterhammen als lunch als in Nederland.

De herkomst van het woord boterham blijft dus een beetje in het duister, maar de meest aannemelijke uitleg is dat ham een oud woord voor “stuk” is en een boterham daarmee gewoon een stuk brood met boter betekent. Simpel, alledaags en toch omgeven door een kleine taalkundige puzzel.

Comments are closed.