Gember komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, waarschijnlijk uit de regio die nu Zuid-China en India omvat. De plant, met de wetenschappelijke naam Zingiber officinale, wordt al duizenden jaren verbouwd en gebruikt. Wat we kennen als gember is niet de wortel, maar de wortelstok: een ondergrondse stengel van de gemberplant die je kunt oogsten, drogen, malen of vers gebruiken.

Waar komt gember vandaan: het oorspronggebied

De gemberplant stamt uit het tropische deel van Azië. Wetenschappers gaan ervan uit dat de plant voor het eerst werd gekweekt in India of Zuid-China. Omdat gember al zo lang wordt verbouwd en nooit meer in het wild wordt gevonden, is de precieze herkomst moeilijk vast te stellen. Wat zeker is: de plant heeft een tropisch klimaat nodig met veel warmte, vocht en een goed doorlatende bodem.

Vanuit Zuidoost-Azië verspreidde gember zich al vroeg naar andere delen van de wereld. Via de oude handelsroutes bereikte de plant het Midden-Oosten en later Europa. De Grieken en Romeinen kenden gember al als een duur kruid dat via de Arabische handelaars werd ingevoerd. In de middeleeuwen was gember in Europa een van de meest verhandelde specerijen, vergelijkbaar in waarde met peper.

Hoe gember Europa bereikte

De verspreiding van gember naar Europa verliep via de specerijenhandel. Arabische handelaars brachten de gedroogde wortelstok mee vanuit Azië en verkochten die tegen hoge prijzen op Europese markten. De Portugezen speelden later, tijdens de ontdekkingsreizen in de vijftiende en zestiende eeuw, een grote rol in de verdere verspreiding. Zij namen de gemberplant mee naar West-Afrika en later naar het Caribisch gebied en Zuid-Amerika, waar het klimaat goed geschikt bleek voor de teelt.

Jamaica werd in de zestiende eeuw een van de eerste plaatsen buiten Azië waar gember op grote schaal werd verbouwd. Jamaicaanse gember staat nog altijd bekend om zijn milde smaak en hoge kwaliteit.

Waar wordt gember vandaag de dag geteeld?

De grootste producenten van gember zijn tegenwoordig India, China en Nigeria. India is al eeuwenlang de belangrijkste producent en exporteur. De deelstaten Kerala, Karnataka en Meghalaya in India staan bekend om hun gemberteelt. China is eveneens een grote producent, met name voor de export van gedroogde en gemalen gember.

Buiten Azië wordt gember ook geteeld in:

  • Nigeria en andere West-Afrikaanse landen
  • Jamaica (bekend om zijn aromatische, mildere variant)
  • Peru en Brazilië in Zuid-Amerika
  • Australië, op kleine schaal in Queensland

De plant groeit het beste in een warm, vochtig klimaat met een temperatuur tussen de 20 en 30 graden Celsius. Dat maakt teelt in Nederland of andere koele landen in de buitenlucht niet haalbaar, al lukt het in een kas of op een warme vensterbank om een gemberplant te laten groeien.

Van wortelstok tot kruidenrek

De gember die je in de supermarkt koopt, is de wortelstok van de plant, ook wel rizoom genoemd. Die wortelstok wordt geoogst nadat de plant zo’n acht tot tien maanden heeft gegroeid. Jonge gember wordt eerder geoogst en is zachter van structuur en milder van smaak. Oudere gember heeft een vezeligerer structuur en een scherper aroma.

Na de oogst wordt gember op verschillende manieren verwerkt: vers verkocht, gedroogd en gemalen tot poeder, gekonfijt in suiker, of verwerkt in oliën en extracten. Al die vormen komen uiteindelijk voort uit dezelfde plant, die duizenden jaren geleden in Zuidoost-Azië voor het eerst werd gekweekt en sindsdien de wereld over is gegaan.

Gember heeft dus een lange reis achter de rug: van de tropische grond in India of Zuid-China, via Arabische handelsroutes en Portugese schepen, tot in jouw keuken. Die geschiedenis maakt het tot een van de best bereisde specerijen ter wereld.

Comments are closed.