Een hotdog heet zo omdat het woord “dog” in het Engels vroeger een bijnaam was voor worst, en die worst werd warm geserveerd. Zo ontstond de combinatie “hot dog”. Klinkt simpel, maar achter die naam zit een interessant verhaal met meerdere theorieën, waarvan sommige iets minder smakelijk zijn dan de snack zelf.
De link tussen honden en worst
In de negentiende eeuw werd in Amerika weleens beweerd dat goedkope worsten gemaakt werden van hondenvlees. Of dat echt zo was, valt niet te bewijzen, maar het gerucht was hardnekkig. Worstfabrikanten gebruikten destijds allerlei soorten vlees, en consumenten wisten vaak niet precies wat erin zat. Daardoor ontstond de sarcastische bijnaam “dog” voor worst in het algemeen.
De term “hot dog” voor een warme worst in een broodje begon in Amerika rond de late negentiende eeuw in gebruik te raken. Het woord dook op in studentenkranten en populaire dagbladen, vaak op een humoristische manier. De worst was goedkoop, makkelijk mee te nemen en werd verkocht door straatventers, vooral bij sportevenementen en markten.
Waarom heet een hotdog een hotdog: de vroegste vermeldingen
Een van de vroegst bekende gedrukte vermeldingen van het woord “hot dog” stamt uit 1892, in een Amerikaanse studentenkrant van Yale University. Daarin werd de term gebruikt als grap over de inhoud van de worst. Een paar jaar later, in 1895, verscheen het woord opnieuw in een krant uit New Jersey. Deze vroege vermeldingen laten zien dat “hot dog” begon als straattaal voordat het een gewone, geaccepteerde naam werd.
Er gaat ook een populair verhaal dat cartoonist T.A. Dorgan de naam populair maakte begin 1900 met een spotprent van een worst in een broodje. Hijzelf wist naar verluidt niet hoe je “dachshund” (teckels staan, vanwege hun lange lijf, ook in verband met worstjes) moest spellen en schreef simpelweg “hot dog”. Of dit verhaal klopt, is nooit met zekerheid vastgesteld, en de bijbehorende tekening is nooit teruggevonden.
De teckel: vorm als inspiratie
Frankfurter- en wienerwurstjes hebben een opvallend lang, smal lichaam. Dat deed mensen denken aan de teckel, in het Engels “dachshund” of in de volksmond ook wel “hot dog” genoemd. De worst leek op het hondje, het hondje leende zijn naam aan de worst. Zo versterkte het ene het andere, en bleef de naam “hot dog” aan de snack plakken.
Worstverkopers op straat riepen vroeger ook weleens: “Get your red hot dachshund sausages!” De verkorting “hot dog” lag daarna voor de hand. Het was makkelijker uit te spreken, sneller te roepen en het publiek begreep meteen wat er bedoeld werd.
Van straattaal tot wereldbekende snack
Rond de Wereldtentoonstelling in Chicago in 1893 groeide de hotdog snel in populariteit. Miljoenen bezoekers kwamen in aanraking met de goedkope, makkelijk te eten snack. Van daaruit verspreidde de naam “hot dog” zich verder door Amerika en uiteindelijk de rest van de wereld. Honkbalstadions speelden een grote rol: de hotdog werd het standaard stadionstadionvoedsel, wat de naam definitief verankerde in de populaire cultuur.
In andere landen werd de Engelse naam gewoon overgenomen. In Nederland zeg je dan ook gewoon “hotdog”, niet “warme hond”. De naam klinkt inmiddels zo normaal dat de meeste mensen er niet meer bij stilstaan waar het woord vandaan komt.
De naam hotdog is dus een mengeling van een oud grapje over verdacht worstenvlees, de fysieke gelijkenis van de worst met een teckel, en het straattaalgebruik van negentiende-eeuwse worstventers. Drie dingen kwamen samen en zorgden voor een naam die de wereld overging. Volgende keer als je een hotdog eet, weet je in elk geval precies waarom hij zo heet.

Comments are closed.