Lasagne komt uit Italië, en meer specifiek uit de regio Emilia-Romagna in het noorden van het land. Steden als Bologna worden dan ook beschouwd als de bakermat van het gerecht zoals we het nu kennen. De geschiedenis van lasagne gaat ver terug, en de weg van pasta-in-lagen naar het gerecht op jouw bord is een interessante.

De allereerste oorsprong van lasagne

De naam “lasagne” stamt waarschijnlijk af van het Griekse woord lasanon, wat zoiets betekent als kookpot of pan. Via het Latijnse lasanum belandde het woord in het Italiaans. Dat zegt iets over de leeftijd van dit gerecht: de wortels gaan terug naar de klassieke oudheid.

De vroegste geschreven recepten voor een gelaagd pastagerecht duiken op in middeleeuwse Italiaanse kookboeken. Een van de bekendste vroege bronnen is het veertiende-eeuwse kookboek Liber de Coquina, dat een beschrijving geeft van gekookte pastalagen met kaas ertussen. Dat klinkt al herkenbaar, al ontbrak de tomatensaus nog volledig. Tomaten werden namelijk pas na de ontdekking van Amerika naar Europa gebracht, dus de alleroudste lasagne was een wit gerecht.

Waarom Emilia-Romagna de echte thuisbasis is

Hoewel er in meerdere delen van Italië varianten op lasagne bestaan, wordt de regio Emilia-Romagna algemeen gezien als de plek waar het gerecht zijn klassieke vorm heeft gekregen. Hier ontstond de bekende lasagne al forno, de versie met ragù (vleessaus), bechamelsaus en verse eierpasta. De groene variant, gemaakt met spinazie door het pastadeeg, is ook typisch voor deze regio.

Bologna speelt daarin een bijzondere rol. De stad staat in Italië bekend als La Grassa, de “vette”, vanwege zijn rijke keuken. De ragù bolognese die in lasagne wordt gebruikt, draagt dan ook de naam van deze stad. In 1982 is het officiële recept voor lasagne alla bolognese zelfs vastgelegd door de Accademia Italiana della Cucina, een Italiaanse culinaire instantie die traditionele recepten beschermt.

Hoe lasagne zich over de wereld verspreidde

Door Italiaanse emigratie in de negentiende en twintigste eeuw verspreidde lasagne zich over de hele wereld. Italianen die naar de Verenigde Staten, Argentinië en Noord-Europa trokken, namen hun keuken mee. In die nieuwe landen paste het gerecht zich aan aan lokale smaken en beschikbare ingrediënten. Zo ontstonden vegetarische versies, varianten met kip of met veel meer kaas dan in de Italiaanse traditie gebruikelijk is.

In Nederland en België werd lasagne populair vanaf de jaren zeventig en tachtig, mede door de opkomst van Italiaanse restaurants en later diepvriesmaaltijden. De variant met gehakt, tomatensaus en bechamel is hier het meest bekend, en wijkt op details af van de strikt Italiaanse versie met ragù.

Lasagne in Italië versus de rest van de wereld

In Italië zelf zijn er grote regionale verschillen. In het zuiden, bijvoorbeeld in Napels, wordt lasagne traditioneel bereid met ricotta in plaats van bechamelsaus, en soms met gehaktballen, hardgekookte eieren en salami ertussen. Dat maakt de Napolitaanse variant heel anders dan de Bolognese versie. Beide zijn authentiek Italiaans, maar ze hebben een heel verschillende smaak en structuur.

Buiten Italië is de scheiding tussen “echte” en “aangepaste” lasagne minder strikt. Varianten met groenten, zalm of zelfs zonder pasta (met bijvoorbeeld courgetteplakken als laag) worden wereldwijd gemaakt. Culinair gezien zijn dat geen lasagnes in de klassieke zin, maar de naam is inmiddels breed ingeburgerd voor elk gelaagd ovengerecht in die stijl.

Lasagne is dus veel ouder dan je misschien dacht, en de oorsprong ligt duidelijk in het noorden van Italië. Van een middeleeuwse pastalaag met kaas tot een gerecht dat wereldwijd op tafel staat: de weg was lang, maar het resultaat is een van de meest geliefde ovenschotels ter wereld.

Comments are closed.