Cheesecake komt oorspronkelijk uit het oude Griekenland. Eeuwen voor onze tijdrekening maakten de Grieken al een eenvoudige taart op basis van kaas, honing en tarwe. Dit is de vroegst bekende voorloper van de cheesecake zoals we die vandaag kennen.
Cheesecake in het oude Griekenland
De oudste sporen van cheesecake gaan terug naar het eiland Samos, rond 776 voor Christus. Historici geloven dat Griekse atleten tijdens de eerste Olympische Spelen al een soort kaaskoek aten als energiebron. Het recept was simpel: verse kaas werd fijngestampt en gemengd met honing en tarwemeel, daarna gebakken of gedroogd in de zon.
Toen de Grieken hun gebieden uitbreidden, namen ze dit recept mee. De Romeinen pikten het op en verspreidden het verder door Europa. Zo reisde een bescheiden Grieks gerecht in de loop van eeuwen door het hele continent.
Van Rome naar de rest van Europa
De Romein Marcus Porcius Cato (ook wel Cato de Oudere) schreef in de tweede eeuw voor Christus al een recept neer voor een kaasgebak dat hij “libum” noemde. Dit was een platte koek van verse kaas en meel, gebakken boven een open vuur. Het is een van de vroegste schriftelijke recepten voor een taart op basis van kaas.
Na de val van het Romeinse Rijk bleef het recept bewaard in kloosters en adellijke keukens. In de middeleeuwen begonnen Europese bakkers eieren toe te voegen, waardoor de structuur romiger werd. Elke regio ontwikkelde zijn eigen versie, met lokale kaassoorten en toevoegingen.
De sprong naar Amerika
De moderne cheesecake zoals de meeste mensen die kennen, is voor een groot deel een Amerikaans verhaal. In de negentiende eeuw emigreerden veel Europese bakkers naar de Verenigde Staten en namen hun recepten mee. Een belangrijke doorbraak was de uitvinding van roomkaas (cream cheese) in 1872, toegeschreven aan een Amerikaanse zuivelfabrikant in New York. Die zachte, smeuïge kaas gaf de cheesecake een volledig nieuwe textuur.
New York werd het centrum van de nieuwe cheesecakecultuur. De zogenaamde New York cheesecake, gemaakt met veel roomkaas, eieren en slagroom, werd een begrip in de Amerikaanse keuken. Restaurants en bakkerijen in de stad maakten er een specialiteit van, en de naam verspreide zich wereldwijd.
Gebakken of niet gebakken: twee richtingen
Tegenwoordig bestaan er twee hoofdvarianten. De gebakken cheesecake heeft een stevige, compacte vulling en wordt in de oven bereid. De no-bake cheesecake wordt op kamertemperatuur of in de koelkast gezet en heeft een luchtigere, smeuïgere structuur. Beide varianten vinden hun wortels in hetzelfde Griekse basisprincipe: kaas als kern van de taart.
De bodem van korst, tegenwoordig vaak gemaakt van verkruimelde koekjes of biscuit, is eigenlijk een latere toevoeging. In de Griekse en Romeinse versies was er geen aparte bodem; de kaas werd direct gebakken of gevormd.
Cheesecake heeft dus een opmerkelijk lange reis achter de rug, van een eenvoudig Grieks baksel naar een van de populairste desserts ter wereld. De basis, kaas gecombineerd met een zoetstof en een bindmiddel, is in al die eeuwen nauwelijks veranderd.

Comments are closed.