Pasta komt oorspronkelijk uit Italië, waar het al eeuwenlang wordt gemaakt van durumtarwe. Toch is de volledige geschiedenis een stuk ingewikkelder dan dat: er zijn meerdere landen en culturen die een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van dit gerecht.

Durumtarwe: de basis van pasta

Italiaanse pasta wordt gemaakt van durumtarwe, ook wel harde tarwe genoemd. Dit is een tarwesoort met een grote, harde korrel die veel eiwitten en gluten bevat. Daardoor houdt pasta zijn vorm goed tijdens het koken en heeft het die kenmerkende stevige beet. Durumtarwe groeit goed in het droge, warme klimaat van Zuid-Europa, wat mede verklaart waarom pasta zo’n vaste plek kreeg in de Italiaanse keuken.

Van durumtarwe wordt griesmeel gemalen, ook wel semolina genoemd. Dat griesmeel wordt gemengd met water, soms ook met ei, en dan gekneed tot een deeg. Dat simpele recept vormt de basis van bijna alle pastavormen die we vandaag kennen.

Waar komt pasta vandaan: Italië, China of de Arabische wereld?

Er bestaat een hardnekkig verhaal dat Marco Polo pasta vanuit China naar Italië bracht in de dertiende eeuw. Dat klopt waarschijnlijk niet. Er zijn Italiaanse bronnen die al vóór zijn reizen melding maken van noedelachtige gerechten. Het is dus eerder zo dat pasta in meerdere delen van de wereld onafhankelijk van elkaar ontstond, dan dat het via één route werd geïntroduceerd.

Een invloedrijkere route loopt via de Arabische wereld. Historici denken dat Arabische handelaren en veroveraars droge noedels meebrachten naar Sicilië, waarschijnlijk ergens in de negende of tiende eeuw. Het drogen van pasta was een slimme manier om voedsel lang houdbaar te houden, iets wat handig was op lange reizen door de woestijn. Vanuit Sicilië verspreidde het gebruik van gedroogde pasta zich vervolgens verder over Italië en de rest van Europa.

Hoe pasta uitgroeide tot een Italiaans icoon

In de eeuwen daarna groeide pasta uit tot een van de pijlers van de Italiaanse keuken. Elke regio ontwikkelde zijn eigen vormen en recepten. In het noorden, waar boter en eieren rijkelijk beschikbaar waren, ontstonden verse eiernoedels zoals tagliatelle. In het zuiden, waar het droger en armer was, bleef de droge pasta van durumtarwe en water de standaard.

De tomatensaus zoals we die nu kennen is trouwens een relatief recente toevoeging. De tomaat werd pas in de zestiende eeuw vanuit Amerika naar Europa gebracht, en het duurde nog enkele eeuwen voordat tomaat en pasta echt samenkwamen op het bord. Lange tijd at men pasta met olie, kaas of vlees.

Van Italië naar de rest van de wereld

Pasta verspreidde zich wereldwijd grotendeels via de grote Italiaanse emigratiegolven in de negentiende en vroege twintigste eeuw. Miljoenen Italianen vertrokken naar Amerika, Australië en andere delen van de wereld, en namen hun eetcultuur mee. Zo werd pasta ook in die landen een vertrouwd gerecht.

Tegenwoordig is pasta een van de meest gegeten gerechten ter wereld. Het wordt in grote hoeveelheden geproduceerd in Italië, maar ook in andere landen. Toch geldt Italië nog altijd als het land van herkomst en als de maatstaf voor kwaliteit.

De oorsprong van pasta is dus niet één simpel antwoord. Het is een verhaal van durumtarwe in Zuid-Italië, van Arabische invloeden via Sicilië, en van een gerecht dat door de eeuwen heen steeds verder werd verfijnd. Wat begon als een praktische manier om graan te bewaren, werd uiteindelijk een wereldwijde klassieker.

Comments are closed.