Kerrie komt oorspronkelijk uit India, waar de basis voor dit kruidenmengsel al duizenden jaren geleden ontstond. Het woord zelf is een verbastering van het Tamil-woord kari, wat saus betekent. Vanuit India verspreidde kerrie zich via handelsroutes over de hele wereld en groeide het uit tot een van de bekendste smaakmakers op aarde.
De herkomst van het woord kerrie
Het Tamil is een taal die gesproken wordt in het zuiden van India en in Sri Lanka. Het woord kari betekent in die taal simpelweg saus of gerecht. Toen Europese handelaars, met name de Portugezen en later de Britten, in contact kwamen met de Indiase keuken, namen zij dit woord mee terug naar huis. In het Engels werd het curry, in het Nederlands verbasterde het tot kerrie.
In België gebruikt men trouwens de Engelse term curry als het over de specerij gaat, terwijl in Nederland kerrie de gangbare naam is. Dezelfde smaakmaker, een andere benaming.
Waar komt kerrie vandaan? De wortels in India
India geldt als de bakermat van kerrie. Al meer dan vierduizend jaar oud zijn sporen gevonden van kruidenmengsels met ingrediënten die wij nu als typisch Indiaas herkennen, zoals kurkuma, koriander en komijn. In de Indiase keuken is kerrie geen vaste samenstelling, maar een aanduiding voor kruidige sauzen en gerechten. Elke regio heeft zijn eigen versie: het zuiden gebruikt veel kokosmelk en chilipepers, het noorden werkt vaker met yoghurt en garam masala.
De specerijen die kerrie zijn smaak geven, groeien grotendeels in tropische gebieden. Kurkuma (de gele kleurstof in de meeste kerriepoeder) komt van nature voor in India en Zuidoost-Azië. Komijn, koriander en fenegriek groeiden al eeuwen in India en het Midden-Oosten. De combinatie van deze specerijen ontstond dus daar waar ze gewoon groeiden, als onderdeel van een rijke culinaire traditie.
Hoe kerrie de wereld overging
De verspreiding van kerrie begon serieus in de zeventiende en achttiende eeuw, toen de Britten grote delen van India onder controle brachten. Britse kolonisten raakten vertrouwd met Indiase gerechten en namen die smaak mee terug naar Europa. In Engeland werd kerriepoeder een populair product, een kant-en-klaar mengsel dat de complexe Indiase kruiden in één handige pot stopte. Dat was erg anders dan de versgebereide masala’s in India zelf, maar het maakte kerrie wel toegankelijk voor het grote publiek.
Via de Britse koloniale connecties verspreidde kerrie zich ook naar andere landen. In de West-Indische eilanden (het Caribisch gebied), in Zuid-Afrika en in Zuidoost-Azië vestigden Indiase arbeiders en handelaars hun eigen kerriekeukens. Japan heeft zijn eigen kari-variant ontwikkeld, die milder en zoeter is dan de Indiase versie. Thailand heeft zijn groene, rode en gele curry, die totaal anders smaken door het gebruik van verse kruiden en citroengras.
Kerriepoeder: een Britse uitvinding
Wat wij in de supermarkt als kerriepoeder kennen, is eigenlijk een Britse uitvinding. In India bestaat er geen standaard “kerriepoeder”, maar maakt elke kok zijn eigen mengsel van verse en gemalen specerijen, afgestemd op het gerecht. De Britten wilden thuis de Indiase smaken nabootsen en maakten daar een kant-en-klare versie van. Het typische mengsel bevat kurkuma, komijn, koriander, fenegriek, peper en soms chili of kardemom.
Dat gestandaardiseerde poeder heeft een eigen leven geleid. Het belandde in Nederlandse keukens, Japanse schoollunches en Britse chipszakken. De smaak die wij in het Westen associëren met kerrie, is dus een vereenvoudigde, bewerkte versie van wat in India een veelzijdige culinaire traditie is.
Kerrie is dus niet één ding met één vaste oorsprong, maar een begrip dat in India zijn wortels heeft, door Europese kolonisatie over de wereld reisde en overal een eigen karakter aannam. De naam stamt uit het Tamil, de smaak komt uit de Indiase keuken, en de poedervorm is een Britse vondst die de wereld veroverde.

Comments are closed.