De kiwi komt oorspronkelijk uit China, waar het fruit al eeuwenlang groeide in het wild en later werd geteeld. Pas in het begin van de twintigste eeuw reisde de plant naar Nieuw-Zeeland, het land dat de kiwi uiteindelijk wereldberoemd heeft gemaakt.

De Chinese wortels van de kiwi

In China stond de kiwi lange tijd bekend als de yang tao of Chinese kruisbes. De plant groeide van nature in de bergachtige streken van centraal en zuidelijk China, waar de klimaatomstandigheden ideaal waren: vochtig, gematigd en met voldoende schaduw van andere bomen. Chinese mensen aten het fruit al eeuwen, maar grootschalige teelt voor export bestond lange tijd niet.

De vrucht had in die tijd weinig weg van de gladde, gele kiwi’s die je tegenwoordig in de supermarkt ziet. Het was een kleiner, ruwer fruit met een zachte, sterk geurende schil. De smaak was echter vergelijkbaar met wat we nu kennen: zoet, licht zuur en sappig.

Waar komt de kiwi vandaan in Europa? Via Nieuw-Zeeland

In 1904 nam een Nieuw-Zeelandse onderwijzeres, Mary Isabel Fraser, zaden van de Chinese plant mee naar Nieuw-Zeeland. Ze had de plant gezien tijdens een bezoek aan China en bracht de zaden mee voor tuinbouwkundige Alexander Allison. Die plantte de zaden en ontdekte al snel dat het klimaat van Nieuw-Zeeland uitstekend geschikt was voor de teelt van dit fruit.

In de decennia daarna werkten Nieuw-Zeelandse telers hard aan de veredeling van de plant. Ze selecteerden exemplaren met grotere vruchten, een betere smaak en een langere houdbaarheid. Het resultaat was een vrucht die veel beter geschikt was voor commerciële teelt en transport over lange afstanden.

Hoe de kiwi zijn naam kreeg

Lange tijd heette het fruit in Nieuw-Zeeland de “Chinese kruisbes” of simpelweg “Chinese gooseberry”. Die naam werkte niet goed voor de export, zeker niet tijdens de Koude Oorlog, toen alles met “Chinees” in de naam commercieel lastig lag in de Verenigde Staten en andere westerse markten.

In de jaren zestig besloten Nieuw-Zeelandse exporteurs het fruit een nieuwe naam te geven. Ze kozen voor “kiwi”, naar de kiwi-vogel, het nationale symbool van Nieuw-Zeeland. Die naam sloeg aan en werd wereldwijd de standaardnaam voor het fruit.

Nieuw-Zeeland als exportkampioen

Nieuw-Zeeland groeide in de tweede helft van de twintigste eeuw uit tot de belangrijkste kiwi-exporteur ter wereld. Het land heeft een klimaat dat perfect past bij de teelt: zachte winters, warme zomers en veel neerslag. De meeste kiwi’s worden verbouwd op het Noordereiland, met de regio Hawke’s Bay als bekend productiegebied.

Vandaag de dag is Italië een van de grootste kiwi-producenten wereldwijd, gevolgd door landen als Griekenland, Chili, China en Nieuw-Zeeland zelf. In Europa groeien veel kiwi’s in Noord-Italië, vooral in de regio’s Lazio en Piëmont. Ook in Portugal, Spanje en Frankrijk wordt de kiwi geteeld op commerciële schaal.

Van wilde plant tot supermarktfruit

Wat begon als een wilde klimplant in de Chinese bergen is nu een van de populairste exotische vruchten ter wereld. De groene kiwi (Actinidia deliciosa) is de meest bekende soort, maar er zijn ook gele kiwi’s (Actinidia chinensis), die zachter en zoeter smaken. Beide soorten stammen af van dezelfde Chinese voorouder.

De reis van de kiwi, van Chinese bergflora naar schappen in supermarkten overal ter wereld, duurde ruwweg een eeuw. Die reis begon met zaden in de koffer van een onderwijzeres en eindigde met een vrucht die inmiddels in vrijwel elk land verkrijgbaar is.

De kiwi is dus een Chinees fruit met een Nieuw-Zeelandse identiteit. China gaf de plant, Nieuw-Zeeland gaf hem zijn naam, zijn commerciële vorm en zijn wereldwijde faam.

Comments are closed.