Spaghetti komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten, niet uit Italië. De vroegste bekende vermelding van een pastasoort die sterk lijkt op spaghetti, dateert uit de negende eeuw, toen een Syrisch-Arabische arts en lexicograaf genaamd Isho bar Ali het gerecht beschreef onder de naam itriyya in een woordenboek. Pas veel later werd spaghetti geassocieerd met Italië, het land dat het gerecht wereldberoemd maakte.
De herkomst van spaghetti is een onderwerp van al eeuwenlange discussie. Was het de Arabische wereld? China? Of toch Italië zelf? Het antwoord ligt ergens in het midden, en de reis van de pasta door de eeuwen is verrassend boeiend.
Waar komt spaghetti vandaan: de vroegste sporen
De naam itriyya verwees naar gedroogde, draadvormige deegwaren, vergelijkbaar met wat wij nu spaghetti noemen. Die beschrijving van Isho bar Ali in de negende eeuw is de oudste bekende schriftelijke bron die zoiets als spaghetti omschrijft. Het gerecht was in die tijd al een gewoon product in het dagelijks leven in de Arabische wereld, wat betekent dat de werkelijke oorsprong waarschijnlijk nog verder teruggaat.
Via de Arabische handelsroutes en de islamitische expansie in de vroege middeleeuwen kwamen gedroogde deegwaren op het Siciliaanse eiland terecht. Sicilië stond eeuwenlang onder Arabische invloed, en het is aannemelijk dat pasta via dit eiland zijn weg naar het vasteland van Italië vond. Al in de twaalfde eeuw vermeldden bronnen op Sicilië de productie van gedroogde pastasoorten op grote schaal.
Het Marco Polo-verhaal klopt niet
Een hardnekkige mythe is dat Marco Polo in de dertiende eeuw pasta vanuit China naar Italië bracht. Dit verhaal is vrijwel zeker onjuist. Op het moment dat Marco Polo terugkeerde van zijn reizen naar China (rond 1295), at men in Italië al tientallen jaren pasta. De mythe werd waarschijnlijk in de twintigste eeuw populair via de voedselindustrie, maar historische bronnen ondersteunen het niet.
China heeft overigens ook een eigen, rijke noedeltraditie die al duizenden jaren oud is. Die lijkt zich echter onafhankelijk te hebben ontwikkeld van de Arabisch-Italiaanse pastatraditie. Twee culturen, twee verhalen, met als toevallige overeenkomst: dun deeg in de vorm van lange draden.
Hoe spaghetti Italiaans werd
Italië pakte het concept van gedroogde pasta op en maakte er een complete keukentraditie van. In steden als Napels groeide de productie van spaghetti in de zeventiende en achttiende eeuw enorm. Napels werd zelfs zo sterk verbonden met pasta dat Napolitanen de bijnaam mangiamaccheroni (maccaroni-eters) kregen. Het droge klimaat in delen van Italië was perfect voor het drogen van pastadraden, en het gebruik van harde tarwe (durum) gaf de pasta zijn stevige structuur.
Tomatensaus, tegenwoordig bijna onlosmakelijk verbonden met spaghetti, was er lange tijd helemaal niet bij. De tomaat kwam pas in de zestiende eeuw uit Amerika naar Europa, en het duurde nog eeuwen voordat Italianen de tomaat volop gingen eten. Spaghetti met tomatensaus is dus in historisch opzicht een vrij recent gerecht.
Van Italiaans exportproduct naar wereldgerecht
In de negentiende en twintigste eeuw verspreidden Italiaanse emigranten spaghetti over de hele wereld. Vooral in de Verenigde Staten, Argentinië en Australië, landen met grote Italiaanse gemeenschappen, raakte spaghetti diep ingeburgerd. Industriële productie maakte pasta goedkoop en makkelijk verkrijgbaar, en de rest van de wereld volgde al snel.
Vandaag de dag is spaghetti een van de meest gegeten gerechten ter wereld. Italië exporteert jaarlijks enorme hoeveelheden pasta, en het gerecht wordt in bijna elk land in zijn eigen versie bereid, van spaghetti bolognese in Nederland tot spaghetti naapolitain in West-Afrika.
De herkomst van spaghetti is dus geen simpel verhaal van één land of één uitvinder. Het is een gerecht dat zijn vorm kreeg in de Arabische wereld, zijn thuisbasis vond in Italië en zijn weg naar de rest van de wereld aflegde via emigranten en handel. Wat ooit een eenvoudig gedroogd deegproduct was, groeide uit tot een wereldkeuken op zichzelf.

Comments are closed.