Honing komt van bijen, en begint zijn reis als nectar in een bloem. Werkbijen verzamelen die nectar, verwerken hem in de korf en laten hem indikken tot de goudgele substantie die wij honing noemen. Dat klinkt eenvoudig, maar achter elke pot honing gaat een indrukwekkend proces schuil waarbij duizenden bijen betrokken zijn.

Stap 1: de bij verzamelt nectar

Bloemen maken nectar aan om insecten aan te trekken. Een werkbij (altijd een vrouwtje) vliegt van bloem tot bloem en zuigt de nectar op met haar rietvormige tong. Die nectar slaat ze op in haar honigsmaag, een apart maagje dat los staat van haar spijsverteringsstelsel. Eén bij kan naar schatting 40 tot 80 bloemen per uitvlucht bezoeken, en haar honigsmaag heeft een inhoud van ongeveer 40 milligram nectar.

Tijdens het transport mengt het speeksel van de bij zich al met de nectar. Dat speeksel bevat enzymen, waaronder het enzym invertase. Dat enzym breekt de sacharose in de nectar langzaam af in twee eenvoudigere suikers: glucose en fructose. Dat is de eerste stap in de omzetting van nectar naar honing.

Stap 2: nectar wordt verwerkt in de korf

Terug in de bijenkorf geeft de bij de nectar door aan een huisbij. Die huisbij kauwt de nectar letterlijk: ze neemt hem in haar honigsmaag op, geeft hem terug, en herhaalt dit proces meerdere keren. Zo mengt de vloeistof zich verder met enzymen en daalt het watergehalte al een beetje.

Daarna verspreiden de bijen de nectar in dunne laagjes over de honingraten. De raten zijn gebouwd van bijenwas. Vervolgens zorgen de bijen voor ventilatie: ze bewegen hun vleugels als een soort ventilator. Daardoor verdampt het water. Verse nectar bevat zo’n 60 tot 80 procent water. Honing heeft nog maar 17 tot 20 procent water. Dat indikken kan twee tot vier dagen duren.

Waarom wordt honing niet zuur?

Als de honing voldoende is ingedikt, sluiten de bijen de cellen af met een dun laagje bijenwas. Dit afdekken, ook wel “zegelen” genoemd, is het teken dat de honing rijp is. Door het lage vochtgehalte en de zure pH (honing heeft een pH van ongeveer 3,2 tot 4,5) kunnen bacteriën en schimmels er nauwelijks in groeien. Dat is ook de reden waarom honing jarenlang houdbaar is zonder te bederven.

Waar komt honing vandaan: het maakt uit welke bloemen

De bloemen die de bijen bezoeken, bepalen voor een groot deel de smaak, kleur en geur van de honing. Bijen die veel op koolzaad vliegen, maken een lichtgele, milde honing die snel kristalliseert. Bijen in de buurt van linde- of acaciabomen maken een vloeibare, licht zoete honing. Bijen op heide produceren een bruinrode, krachtig smakende honing met een dikke, gelatineachtige structuur.

Monofloral honing komt voornamelijk van één plantensoort. Polyfloral honing (ook wel “bloemenhoning” of “wildflower honey” genoemd) is een mix van nectar van verschillende planten. Die laatste variant is het meest voorkomend bij Nederlandse imkers, omdat bijen nu eenmaal vrij rondvliegen in een gevarieerd landschap.

Hoeveel bijen zijn er nodig voor één pot honing?

Om één pot honing van 450 gram te maken, moeten bijen samen naar schatting ruim twee miljoen bloemen bezoeken. Een werkbij produceert in haar hele leven (zes tot acht weken in de zomer) slechts een twaalfde theelepel honing. Een sterk bijenvolk telt 40.000 tot 80.000 bijen en kan in een goed seizoen meerdere kilo’s honing per maand produceren.

De rol van de imker

De imker is geen producent van honing, maar eerder een beheerder. Hij of zij zorgt voor gezonde volken, plaatst de korven op goede locaties vlakbij bloeiende planten en oogst de honing wanneer de raten voor een groot deel afgesloten zijn. Bij de oogst slingert de imker de honingraten in een centrifuge, zodat de honing eruit vliegt zonder de was te beschadigen. Daarna wordt de honing gezeefd om wasdelen en eventuele bijenresten te verwijderen, en vervolgens in potten gedaan.

Honing begint dus als een druppel nectar diep in een bloem, wordt door honderdduizenden vluchten en duizenden bijen omgezet in iets volledig anders, en belandt uiteindelijk via de imker in jouw keuken. Het proces verandert in essentie niets aan die keten: zonder bloemen geen nectar, zonder nectar geen bijen, en zonder bijen geen honing.

Comments are closed.