Ananas komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, meer specifiek uit de regio’s die nu bekend staan als Brazilië, Bolivia en Paraguay. Dit tropische fruit, met de wetenschappelijke naam Ananas comosus, groeide daar al duizenden jaren wild voordat Europeanen het ontdekten.
De inheemse volkeren van Zuid-Amerika verbouwden en aten de ananas al lang voor de Europese ontdekkingsreizen. Ze verspreidden de plant ook zelf naar andere delen van het continent, zodat de ananas op het moment dat Europeanen aankwamen al in grote delen van Midden- en Zuid-Amerika en de Caraïben groeide.
Waar komt ananas vandaan in de geschiedenis?
De eerste Europeaan die de ananas beschreef was Christoffel Columbus. Tijdens zijn tweede reis naar de Nieuwe Wereld, in 1493, trof hij de vrucht aan op het Caribische eiland Guadeloupe. Zijn bemanning bracht ananassen mee terug naar Europa, waar het fruit grote indruk maakte aan de hoven van koningen en adellijken. De naam “ananas” komt trouwens van het woord nanas, dat in de taal van de Tupi-indianen in Brazilië simpelweg “heerlijke vrucht” betekent.
In Europa was de ananas in de 16e en 17e eeuw een statussymbool. Het fruit was moeilijk te vervoeren en snel bederfelijk, waardoor een verse ananas op tafel zetten een teken van rijkdom en aanzien was. In Engeland en Nederland bouwden rijke families zelfs speciale kassen, “ananaskassen” genaamd, om het tropische fruit zelf te kweken in het koude klimaat.
Van Zuid-Amerika naar de rest van de wereld
Na de komst van de Europeanen verspreidde de ananas zich razendsnel over de rest van de wereld. Portugese en Spaanse zeevaarders namen de plant mee naar Afrika, Azië en de Stille Oceaan. In tropische gebieden als West-Afrika, India en de Filipijnen sloeg de teelt al in de 16e eeuw aan. De plant past goed in een warm en vochtig klimaat met goed doorlatende grond.
Tegenwoordig komt het grootste deel van de ananassen die je in de supermarkt vindt uit Costa Rica, de Filipijnen, Brazilië, Thailand en India. Costa Rica is op dit moment de grootste exporteur ter wereld. De ananassen leggen dus een lange weg af voordat ze op je bord belanden, want de herkomst ligt ver van Europa.
Hoe groeit een ananas?
Een ananas groeit niet aan een boom, zoals veel mensen denken. De plant is een lage, struikachtige plant met lange, stekelige bladeren. De vrucht groeit langzaam op uit het midden van de plant, op een stevige stengel. Een ananas heeft gemiddeld 18 tot 24 maanden nodig om volledig te rijpen. Na de oogst groeit de plant opnieuw uit via zijscheuten, zodat je meerdere oogsten per plant kunt halen.
De plant is opvallend droogtebestendig voor een tropisch gewas. Dat komt doordat de bladeren regenwater opvangen en naar de basis van de plant leiden. Toch groeien de meeste commerciële ananasplantages in gebieden met een regelmatige regenval en een temperatuur tussen de 20 en 30 graden Celsius.
Waarom heet het in het Engels “pineapple”?
Als je kijkt naar de Engelse naam “pineapple”, begrijp je misschien niet meteen wat dennenappels met ananas te maken hebben. Toch is de verklaring simpel: Europese ontdekkingsreizigers vonden de vrucht lijken op een dennenappel vanwege de harde, schilferige buitenkant. De naam “pineapple” is dus gebaseerd op die uiterlijke gelijkenis, niet op de smaak of herkomst. In de meeste andere Europese talen, waaronder het Nederlands, Spaans en Portugees, bleef de oorspronkelijke inheemse naam “ananas” gewoon in gebruik.
De ananas heeft dus een opmerkelijk reis gemaakt: van de wilde bossen van Brazilië en Bolivia, via de Caribische eilanden en de Europese adellijke kassen, naar de schappen van iedere supermarkt wereldwijd. De oorsprong ligt duidelijk in Zuid-Amerika, maar het fruit is in de afgelopen vijf eeuwen echt een wereldburger geworden.

Comments are closed.